Browse results

You are looking at 31 - 40 of 3,771 items for :

  • All content x
  • Primary Language: Dutch x
Clear All

Series:

Annika Ockhorst and Thea Doelwijt

Series:

Annika Ockhorst and Thea Doelwijt

Verzamelaars en volksopvoeders

Musea in Suriname, 1863-2012

Pepijn Reeser

Sinds 150 jaar wordt Surinaams erfgoed bewaard en getoond in musea. Die werden opgericht en geleid door mensen waarvan de achtergrond uiteenliep van planter tot onderwijzer en van wetenschapper tot politieagent. Pepijn Reeser beschrijft hoe en op basis van welke ideeën deze musea tot stand kwamen en hoe ze zich verhielden tot ontwikkelingen in Suriname en Nederland. Steeds weer bleek de behoefte aan eenheid in zowel het koloniale als onafhankelijke Suriname de motor achter vrijwel alle museale initiatieven.
De nadruk ligt op de geschiedenis van het in 2012 vijfenzestigjarige Surinaams Museum, gevestigd in Fort Zeelandia. Het boek bevat een groot aantal afbeeldingen van opstellingen, tentoonstellingen en topstukken uit de museumcollectie. Verzamelaars en volksopvoeders werpt zo nieuw en helder licht op het Surinaamse museumwezen en mag met recht het eerste standaardwerk op dit gebied genoemd worden.

Edited by Geert Oostindie

Met de opheffing van het land de Nederlandse Antillen verdwijnt ook het ambt van gouverneur van de Nederlandse Antillen, een ambt dat in de afgelopen twee eeuwen van grote betekenis is geweest voor de zes eilanden en het Koninkrijk. Dit boek biedt een portrettengalerij van de dertig mannen die sinds 1815 het Koninkrijk als gouverneur dienden. Van iedere gouverneur—Nederlanders tot 1962, sindsdien Antillianen—wordt de levensloop geschetst, met nadruk op de ambtsperiode; het ambtsportret completeert de biografie. De levensschetsen geven een beeld van de (post)koloniale verhoudingen en de ontwikkelingen op de eilanden, maar bieden vooral informatie over achtergrond, macht en onmacht, visie en functioneren van de gouverneurs. In de inleiding worden de ontwikkelingen van het ambt en van het profiel van de gouverneur geschetst tegen de achtergrond van de staatkundige ontwikkeling van de Antillen: van kolonie via autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederland tot de eindfase, waarin het land uiteenviel in zes eilanden met elk een eigen staatkundige positie binnen het Koninkrijk. Een kunsthistorische toelichting op de geschilderde portrettengalerij besluit het boek.
De gouverneurs van de Nederlandse Antillen werd geschreven in opdracht van het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen. Vier historici—Aart G. Broek, Ronald Donk, Wim Renkema en Dirk J. Tang—schreven de portretten, kunsthistorica Renske van der Zee belichtte de schilderijen. Gert Oostindie leidde het project en tekende voor de inleiding.
Dit boek kwam mede tot stand door financiële bijdragen van het Ministerie van Algemene Zaken, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Prins Bernhard Cultuurfonds Nederlanse Antillen en Aruba, de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten en de Maduro & Curiel’s Bank.

Tropenstijl

Amusement en verstrooiing in de (post)koloniale pers

Edited by Gerard Termorshuizen

Ontspanning en vermaak onder de Europeanen in de Nederlandse overzeese gebiedsdelen waren beperkt. De persorganen die in Indië, Suriname, Curaçao alsook in Zuid-Afrika verschenen trachtten deze lacune zoveel mogelijk op te vullen. Journalistieke verstrooiing legde zoveel gewicht in de schaal dat de concurrentiepositie van een krant of tijdschrift in hoge mate werd bepaald door de amusementswaarde ervan.
‘Amusement en verstrooiing’ in dag-, week- en maandbladen, die verschenen in de vroegere Nederlandse koloniën, is het thema van de bundel Tropenstijl. Dit thema bracht de meeste auteurs van de bundel op onbetreden paden. Hun speurtocht naar het amusement in kranten en periodieken leidde tot intrigerende ontdekkingen en nieuwe gezichtspunten. Dikwijls blijkt het de lezer geboden vermaak in dienst te staan van een ‘hoger doel’ of ideaal: het versterken van het nationalistisch besef (onder Indonesiërs), de katholieke missie (op Curaçao) of de emancipatie van de Arabische bevolkingsgroep (in Indië). Regelmatig ook blijkt het amusement bedoeld als satire op maatschappelijke of politieke misstanden. De ‘tropenstijl’, een geëmotioneerd bijtende manier van schrijven, bleek daarvoor het meest geschikte voertuig.
Tropenstijl is een verrassende en vernieuwende bundel voor de liefhebber van de koloniale letteren. Deze bundel bevat bijdragen van Huub de Jonge, Frank Okker, Harry Poeze, Olf Praamstra, Wim Rutgers, Angelie Sens, Gerard Termorshuizen, Ellen de Vries en Peter van Zonneveld. De acteur Thom Hoffman schreef een voorwoord.

Mijn aardse leven vol moeite en strijd

Raden Mas Noto Soerota: Javaan, dichter, politicus, 1888-1951

Series:

R.B. Karels

In Mijn aardse leven vol moeite en strijd reconstrueert René Karels het leven van Noto Soeroto (1888-1951), een bijzondere Javaan van adellijke afkomst die in 1906 naar Nederland komt om te studeren, een Nederlandse vrouw ontmoet, twee zonen en een dochter krijgt en in 1932 zonder zijn gezin teleurgesteld terugkeert naar Java.
Noto Soeroto's leven vormt een aaneenschakeling van ups en downs. Hij is de bejubelde schrijver van zeven dichtbundels, de bevlogen ijveraar voor de toenadering van oost en west en de onvermoeibare strijder voor de ontwikkeling van Java. Maar hij is ook de uitgever-boekhandelaar in voortdurende geldnood en de gedesillusioneerde politicus, gewantrouwd en verguisd door zijn landgenoten, omdat hij zich tegen het militante nationalisme verzet.
Terug op Java, waar de steun voor het nationalisme inmiddels sterk is gegroeid, verbindt hij zich aan de vorst van het Mangkoenegarase huis in Solo, die hij twintig jaar eerder in Den Haag had leren kennen. Ook hier wacht hem het isolement. Noch door de nationalisten, noch door de aanhangers van het kolonialisme wordt hij vertrouwd. Nog éénmaal ziet hij zijn vrouw en kinderen, wanneer hij in 1937 in het gevolg van de vorst meereist naar Nederland ter gelegenheid van het huwelijk van Juliana en Bernhard. Maar ook hierna vertrekt hij alleen. De Tweede Wereldoorlog doet het gezin van Noto Soeroto voorgoed uiteenvallen. Pas in november 1951, een dag voor zijn overlijden, ziet Noto Soeroto in Solo zijn jongste zoon weer.
Noto Soeroto: Puisi dan Politik Anti Kemerdekaan

S. Moeimam and H. Steinhauer

Dit uitgebreide, door een team van deskundigen samengestelde Nederlands-Indonesisch woordenboek is het eerste woordenboek gebaseerd op modern Nederlands, met Bahasa Indonesia, de officiële taal van de Republiek Indonesië, als doeltaal.
Het woordenboek is het resultaat van een gezamenlijk Nederlands-Indonesisch initiatief dat in 1997 werd gestart met financiële ondersteuning van de Commissie voor Lexicografische Vertaalvoorzieningen van de Nederlandse Taalunie, het Indonesische Centrum voor Taalontwikkeling en Taalcultivering (Pusat Bahasa), de Universitas Indonesia, de Universiteit Leiden, de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) en het International Institute for Asian Studies te Leiden.
Het woordenboek heeft een omvang van 1.152 bladzijden en bevat meer dan 46.000 ingangen met grammaticale informatie, collocaties, voorbeeldzinnen en idiomen. De in Nederland uitgebrachte versie is met name gericht op de behoeften van Nederlandstalige gebruikers, voor wie het Indonesisch een vreemde taal is. Dat wil zeggen dat, wanneer een Nederlands woord of uitdrukking meer dan één Indonesisch equivalent heeft, contextuele of andere aanvullende informatie gepresenteerd wordt, waardoor de gebruiker tot de juiste vertaling kan komen.
rijst (op het veld of ongedorst) padi, (gedorst, onbereid) beras, (bereid) nasi in plaats van rijst beras, nasi, padi
Samen met het Indonesisch-Nederlands woordenboek van A. Teeuw (KITLV Uitgeverij, zesde editie, 2009), is dit Nederlands-Indonesisch woordenboek onmisbaar voor ieder die zich iets meer dan oppervlakkig met de studie van het moderne standaard-Indonesisch wil bezighouden.

Series:

Marijke Barend-van Haeften and Hetty Plekenpol

Nicolaas de Graaff (1619-1688) leidde een avontuurlijk leven. Op oorlogs- en handelsschepen bereisde hij een groot deel van de toen bekende wereld. Maar liefst vijf keer reisde hij naar de Oost. Op 68-jarige leeftijd keerde hij terug van zijn laatste grote reis. In het jaar dat hem nog restte, schreef hij zijn Oost-Indise spiegel. Dit werk werd samen met zijn reisbeschrijvingen voor het eerst gepubliceerd in 1701, waarna in 1704 een meer uitgebreide herdruk verscheen. De Oost-Indise spiegel verschijnt nu voor het eerst als aparte uitgave, juist omdat dit werk een grote invloed heeft gehad op de beeldvorming over het koloniale verleden. De Graaff neemt in zijn Spiegel geen blad voor de mond. Naast feitelijke informatie over de heen- en terugreis en het leven aan boord van de VOC-schepen geeft hij een uiterst kritisch beeld van de samenleving in Batavia. In felle bewoordingen hekelt hij de in zijn ogen corrupte en verdorven kanten van die samenleving, waarbij vooral de vrouwen het moeten ontgelden. Aan deze passages dankt De Graaff zijn blijvende bekendheid, doordat ze tot op heden steeds weer worden aangehaald en becommentarieerd.

Vervlogen verwachtingen

De teloorgang van Nieuw-Guinea in 1961-1962

Frans H. Peters

Vervlogen verwachtingen is het relaas van een hooggeplaatste bestuursambtenaar in Nederlands-Nieuw-Guinea die de overdracht van Nederlands ‘laatste kolonie in de Oost’ aan de Republiek Indonesië van zeer nabij meemaakte. Als ooggetuige doet Frans H. Peters verslag van de uitvoering van het plan-Bunker, dat op 15 augustus 1962 door Nederland, Indonesië en de Verenigde Naties werd ondertekend. Nederland zou Nieuw-Guinea, na een tussenbestuur van de Verenigde Naties, aan Indonesië overdragen.
De Papoea’s waren in dit plan niet gekend en hun verontwaardiging was groot toen het tot hen doordrong dat het Indonesisch bestuur aanstaande was. Zij staakten en demonstreerden, maar op 1 oktober 1962 begon het korte tussenbestuur van de Verenigde Naties. De auteur schetst een indringend beeld hoe Papoea’s en Nederlanders in Nieuw-Guinea op de overdracht reageerden.
In Vervlogen verwachtingen werkt een Nederlandse bestuursambtenaar samen met Papoea’s in ontwikkelingsprojecten, strijdt hij met hen voor democratisering, maar moet hij uiteindelijk op pijnlijke en emotionele wijze afscheid nemen van Nieuw-Guinea.

Various Authors & Editors

Archive of the State Commission for Slave Emancipation in the Netherlands Colonies, 1853-1856
National Archives of the Netherlands, The Hague

Background
Although slavery had been abolished in the British colonies as early as 1833, it persisted in the Dutch possessions in the East Indies and particularly their West Indies colonies of Surinam and the Antilles, which were plantation economies. No serious voices were raised for emancipation in either government circles or public opinion until the publication of Harriet Beecher Stowe’s classic Uncle Tom’s Cabin in the United States in 1852. Questions in the Dutch Parliament concerning the colonial budget for 1854 led the government to appoint a State Commission in November 1853 to investigate the situation of the slave population in the colonies and propose appropriate measures. Former minister of the Colonies and governor-general of the Netherlands East Indies, J.C. Baud, was named chairman and the members were drawn from the colonial civil service, parliament itself and representatives of commercial interests involved in slavery, including plantation owners.
The commission gathered material, heard witnesses and eventually produced two reports in September 1855 (on Surinam) and July 1856 (on the West Indies islands and West Africa, the Gold Coast, then still a Dutch colony) after which it was disbanded. The legislation the commission proposed remained, however, without immediate effect and the government and parliament would continue to wrestle with the question of slave emancipation until slavery was finally abolished on 1 July 1863.

The archive
The commission’s archive contains minutes of its meetings, correspondence, documentation assembled on the condition of the slaves in the various colonies, memoranda and interim reports by members and non-members. It has now been microfilmed by Moran Micropublications in cooperation with the National Archives of the Netherlands. The micropublication includes the two reports and their appendices, which were printed for parliament but never published, as well as a memorandum against the reports written on behalf of the slave owners of St. Martin in the West Indies.