Browse results

You are looking at 1 - 10 of 13 items for :

  • Linguistics x
  • Literature & Culture x
  • Primary Language: Dutch x
Clear All Modify Search

Dit altijd alleen zijn

Verhalen over het leven van planters en koelies in Deli, 1914-1930

Series:

Lásló Székely and István Radnai

Op zoek naar een nieuw perspectief in hun leven vertrokken de jeugdige Hongaren László Székely en zijn neef István Radnai in april 1914 naar het aan Sumatra’s oostkust gelegen Deli met zijn plantages. Uit het in Medan, Deli’s hoofdstad, door Radnai geschreven dagboek worden in dit boek enkele passages afgedrukt. Székely (1892-1946) werd planter. In 1924 ontmoette hij Madelon Lulofs met wie hij twee jaar later trouwde. In 1930 vestigden zij zich in Budapest waar hun beider schrijverschap begon. Székely schreef de romans Van oerwoud tot plantage en Rimboe waarmee hij een eervolle plaats inneemt in de Deli-literatuur. Daartoe horen ook zijn in Hongaarse kranten en tijdschriften gepubliceerde verhalen, die hier voor het eerst in vertaling verschijnen. Zij vertellen over het harde en eenzame leven van zowel planters als koelies. "‘Er is niets verschrikkelijkers dan dit altijd alleen zijn"’, schreef Székely.
Afgezien van hun literaire kwaliteiten zijn ze interessant, omdat ze zijn geschreven door een Hongaar die anders aankeek tegen Deli dan een Nederlander. Bijzonder is ook dat hij vat probeerde te krijgen op het gevoelsleven van de koelies. De verhalen betreffen zowel de lotgevallen van Europese planters als het wel en wee van Javaanse en Chinese koelies. Dominante motieven zijn het zich ontworteld weten in een vijandige leefwereld en de botsing tussen Oost en West. Behalve schrijver was Székely een uitstekend tekenaar. Van zijn in het tijdschrift Sumatra opgenomen tekeningen, worden er in dit boek een aantal afgedrukt.

Een leven in twee vaderlanden

Een biografie van Beb Vuijk

Series:

Bert Scova Rhigini

Kort na haar terugkomst in Nederland als politiek vluchtelinge voor Soekarno's bewind typeert Beb Vuijk (1905-1991) haar leven als: "Avontuurlijker, bewogener en opwindender dan van vele andere vrouwen, niet in de eerste plaats door de uiterlijke omstandigheden en gebeurtenissen, maar meer nog door de wijze hoe ik daarop reageerde: fel, hevig en totalitair omdat ik schrijfster ben, en sterk en snel bewogen".
Deze biografie volgt nauwgezet en op de voet het boeiende leven van de op latere leeftijd vooral ook als kookboekenauteur bekend geworden schrijfster en hoe dit leven zijn neerslag vindt in haar literaire en journalistieke werk. Voor de oorlog proberen Beb Vuijk en haar man zich een bestaan te verwerven met een kajoe-poetihplantage op het nauwelijks door westerse invloeden beroerde eiland Boeroe in de Molukken, na de oorlog zet zij zich als één van de weinige Nederlanders in voor een onafhankelijk Indonesië en volgt zij als Indonesisch staatsburger actief de ontwikkelingen in de nieuwe staat. Terug in haar geboorteland komt haar leven weliswaar in rustiger vaarwater, maar van een doorsneebestaan is geen sprake, niet in de laatste plaats door haar controversiële persoonlijkheid en opvattingen. Ze schrijft dan haar beste literaire werk, dat tegelijk een sfeervolle én indringende kroniek biedt van de laatste twee decennia Nederlandse aanwezigheid in de Oost.

Zoutwaterliefde

Kroniek van een reis per mailboot

Series:

Melis Stoke

In de eerste vier decennia van de Twintigste Eeuw kwam de mailvaart tot ongekende bloei. Het is de tijd die in veel boeken wordt aangeduid als de periode van de romantische zeereizen. Tussen Holland en Indië voeren drijvende paleizen, hotels op zee.
Herman Salomonson (1892-1942) schreef in 1929 onder zijn pseudoniem Melis Stoke dé roman over het reizen aan boord van een mailboot: Zoutwaterliefde. Met scherpe pen schrijft hij het romantische beeld aan scherven. Verveling, hitte, overvoeding en gedwongen nietsdoen kleuren de alledaagse werkelijkheid van de passagiersgemeenschap. In woorden van personage Alexander Petit: ""Een opeenhoping van overvoede, geconstipeerde, heterogene elementen in een te nauwe ruimte; een miniatuur-maatschappijtje van baldadige leden, met 24 uur per etmaal voor het uitleven van hun instincten en voor botsingen tussen individueel gevarieerde uitingen van die instincten… alles in een alnaarmate de reis vordert en de hitte toeneemt verslappend keurslijf van conventie en goede smaak"".
Voor de duur van drie weken is men tot elkaar veroordeeld aan boord van een mailboot. In de Indische Oceaan komen spanningen en verliefdheden tot een hoogtepunt. Het is het fatale traject van de zoutwaterliefde. Met veel humor beschrijft Melis Stoke de belevenissen van de passagiers van de Tromp op weg naar Indië. Hij schreef met Zoutwaterliefde een boek, waarover tijdgenoten als E. du Perron en Willem Walraven zich lovend uitlieten.
Herman Salomonson was ondermeer hoofdredacteur van de Java-Bode en directeur van het persbureau Aneta. Onder het pseudoniem Melis Stoke schreef hij ook jarenlang rijmkronieken: gedichten waarin hij op humoristische wijze de dingen van de dag van commentaar voorzag. Van deze rijmkronieken verscheen eerder een selectie bij het KITLV als Ik kijk de kat uit de klapperboom.

Ik kijk de kat uit de klapperboom

Vijftig Indische rijmkronieken

Series:

Melis Stoke

Melis Stoke, pseudoniem van de journalist Herman Salomonson (1892-1942), werd in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog bekend met romans zoals Zoutwaterliefde (1929) en De razende berg (1939). Al eerder schreef Salomonson onder hetzelfde pseudoniem een dagelijkse ‘rijmkroniek’ in het Bataviase dagblad de Java-Bode, waarvan hij tussen 1924 en 1926 hoofdredacteur was. Die kronieken genoten een grote populariteit. Melis Stoke schreef over van alles wat er in en met de Indische samenleving gebeurde: over de triviale vluchtigheden van alledag, over de politiek actuele kwesties zoals het snel aan kracht winnende nationalisme en communisme en over de Indië juist in die periode heftige beroerende wonderen van de techniek, zoals de radio, de eerste telefoongesprekken met het moederland en het eerste vliegtuig dat vanuit Nederland de archipel bereikte. Hij bezat het talent om wat hij aanroerde te vatten in een makkelijke verstaanbare vorm en te verwoorden op geestige dan wel ironische toon. Salomonsons overtuiging dat alleen door samenwerking van alle bevolkingsgroepen in Indië de koloniale verhouding kon worden bestendigd, klinkt regelmatig door in zijn rijmkronieken. Opvallend in dit verband is zijn ironische kritiek op het dédain van de blanke ‘meesters’ ten opzichte van Indonesiërs en Chinezen én de innemende en respectvolle wijze waarop hij bijvoorbeeld Indonesische leden van de Volksraad portretteerde. Na zijn Indische carrière was Salomonson directeur van het persbureau Aneta in Den Haag. Hij werd in 1942 door de Duitsers vermoord.

Jan onder de deecken

Een Haarlemse ‘klugt’ geschreven te Batavia rond 1690

Series:

Lourens van Elstland

'De smeerpuds doet de kadjang vetten', of anders gezegd: wie overjarige pinda's het uiterlijk van glimmend verse noten wil geven, gebruikt daarvoor vet uit een emmertje. Het is een typerende uitlating van de naar Indië uitgeweken Haarlemmer Lourens van Elstland over de kleine corruptie, bedreven door VOC-dienaren. Ofschoon zijn Klugt van Jan onder de deecken, die hier voor het eerst in druk verschijnt, zich in Haarlem afspeelt, bevat ze veel informatie over de gedragingen en de mentaliteit van landgenoten in Indië. Een dergelijke Nederlands-Indische combinatie is uniek voor een zeventiende-eeuws literair werk.
Van Elstland (1643-1698) is onze talentrijkste zeventiende-eeuwse dichter te Batavia geweest. In zijn geboortestad Haarlem was hij liefhebber van de rederijkerij. Nadat hij zich in 1667 had ingescheept als VOC-dienaar (hij was smid van beroep) heeft hij zich in Indië intellectueel verder ontwikkeld. Daarnaast bleef hij goed om zich heen kijken en was hij uitstekend op de hoogte van recente gebeurtenissen in Europa. Naast de Haarlemse achtergrond van de dichter, komt in de inleiding het zeventiende-eeuwse Nederlandstalige toneel in Indië aan de orde.
Zijn Klugt maakt deel uit van een verzameling lyrische teksten van Van Elstland, getiteld Mengeldigten, die zich in de collectie handschriften van de Bibliothèque Nationale in Parijs bevindt. Intrigerend zijn de wonderlijke wegen waarlangs het handschrift met de Mengeldigten van Batavia via Haarlem en Amsterdam in de Bibliothèque Impériale terechtkwam.

Leven tussen kunst en krant

Beata van Helsdingen-Schoevers (1886-1920), journaliste en declamatrice in Indië

Series:

Vilan van de Loo

Beata van Helsdingen-Schoevers (1886-1920) publiceerde gedurende de eerste decennia van de twintigste eeuw in een groot aantal Indische kranten. Daarnaast stond zij regelmatig als voordrachtskunstenares op de planken. Wie destijds enige culturele belangstelling bezat, kon niet om haar heen.
Een onderzoek in de pers en het familiearchief Van Helsdingen, leverde het beeld op van een fascinerende journaliste en declamatrice. Zij onderhield een haat-liefde -verhouding met haar geboorteland Indië, waarin zij niet kon aarden maar wel haar triomfen vierde. Daar ook ontmoette zij haar grote liefde Jacques Jelle van Helsdingen, de latere gouverneur van Solo, met wie zij twee zoons kreeg. Beata van Helsdingen-Schoevers had veel meer tot stand kunnen brengen, als ze niet plotseling gestorven was. Ze is slechts vierendertig jaar geworden.
Leven tussen kunst en krant is het verhaal over een uitzonderlijk vrouwenleven in Nederlands-Indië, dat beheerst werd door liefde en moederschap, journalistiek en poëzie, maar waarin altijd terugkeerde de confrontatie met het Indische leven dat zij intens verafschuwde en ondanks alles toch koesterde. Met de zeer rijk geïllustreerde biografie verschijnt ook een bloemlezing uit haar publicaties.

Een feministe in de tropen

De Indische jaren van Mina Kruseman

Series:

Olf Praamstra

Mina Kruseman (1839-1922) was in de jaren zeventig van de negentiende eeuw de meest bewonderde en tegelijkertijd de meest verguisde feministe van haar tijd. Ze schreef boeken, stond op het toneel en voerde polemieken in dagbladen en tijdschriften. Maar dan, op het hoogtepunt van haar roem, in augustus 1877, vertrekt ze plotseling naar Nederlands-Indië. Daarna lijkt ze voorgoed uit het openbare leven verdwenen.
Er is tot nu toe weinig onderzoek verricht naar de Indische jaren van Mina Kruseman. In de loop van de tijd is er een beeld ontstaan van een excentrieke vrouw, die dwaasheid op dwaasheid stapelde en zich in de kolonie volslagen onmogelijk maakte toen ze in 1881 ging samenwonen met een dertig jaar jongere man. Ze werd bespot en belasterd en het leven werd haar tot een hel gemaakt. Als paria's moesten Mina en haar vriend Indië in 1883 verlaten om een nieuw leven te beginnen in Italië.
Een gedetailleerd onderzoek in de Indische pers tussen 1877 en 1883 laat van dit beeld weinig over. Mina Kruseman was een bijzondere vrouw met uitgesproken en omstreden ideeën, maar ze wist zich prima te handhaven in de koloniale samenleving. Ze hàd een dertig jaar jongere minnaar, maar ze slaagde er op een ingenieuze manier in om dat voor anderen verborgen te houden. Tot het einde toe is Mina Kruseman heel goed in staat geweest om zich als werkende vrouw in Indië te handhaven.
Anders dan tot nu toe is aangenomen, zijn de Indische jaren van Mina Kruseman het tegendeel van een mislukking geweest. Ze is een voorbeeld geweest voor andere Indische vrouwen en haar invloed op de vrouwenbeweging in Nederlands-Indië strekte zich uit tot aan het begin van de twintigste eeuw.

Maar geluk duurt nooit lang

Maleise verhalen vol bitterheid

H.M.J. Maier

De liefde is een onderwerp dat Monsieur d'Amour—een van de pseudoniemen van de Maleise schrijver Njoo Cheong Seng—na aan het hart lag. Erg vrolijk was hij er niet over: vroeg of laat gaat het altijd mis in de honderden verhalen over de liefde die hij in het vooroorlogse Nederlands-Indië publiceerde. "Ik ben slechts geboren om het treurige leven te schilderen in romans vol bitterheid. Vreugde wordt altijd besproeid door tranen, als uit de altijd voortgolvende Zuidelijke Zee, als uit de hemel in de regentijd, bedekt met dichte wolken en mist", schreef hij in 1934 in de inleiding tot een van zijn romans. Liefde en geluk horen niet bij elkaar.
Njoo Cheong Seng is een van de vele—sindsdien vergeten—schrijvers van Chinese komaf die in de laat-koloniale tijd een aanzienlijk lezerspubliek aan zich wisten te binden met verhalen waarin op een bewust sentimentele, maar realistische wijze pijnlijke problemen en toestanden in de koloniale samenleving aan de orde werden gesteld in een schijnbaar onzorgvuldig maar daardoor levendig Maleis. Het is veelzeggend dat het leven in die samenlevingen in Njoo's visie voortdurend door tranen en treurnis wordt beheerst en dat alle vriendschappen en liefdesrelaties tot mislukken zijn gedoemd.
In deze uitgave worden twee van Monsieur d'Amours korte romans over mislukte liefde in een Nederlandse vertaling gepresenteerd: Nona Olanda s'bagi istri Tionghoa ("Een Hollandse vrouw als Chinese echtgenote", uit 1925) en Raden Adjeng Moerhia ("Raden Adjeng Moerhia", uit 1934).
Uitgegeven ter gelegenheid van de Boekenweek 2002

H.S. Haasse and Harry A. Poeze

Edited by J.J. Ras