In de koloniale periode werd het buitenlandse beleid van Nederland vanzelfsprekend in belangrijke mate bepaald door de belangen van Nederland-Indië. De betrekkingen met Engeland en de Verenigde Staten werden er verregaand, die met China, Japan en Australië zelfs uitsluitend door bepaald. “Het buitenland” was voor Indië zelf ook nog iets anders dan voor Nederland; Indië had zijn eigen buurladen. Daartoe behoorde ook die andere Maleise archipel, de Philippijnen.
Na meer dan drie eeuwen deel uitgemaakt te hebben van het Spaanse wereldrijk werden de Philippijnen in het begin van de twintigste eeuw door de Verenigde Staten veroverd. De Amerikanen leverden daartoe een strijd met de Spanjaarden, maar meer nog met de in 1898 uitgeroepen Philippijne Republiek, die pas na drie jaar werd verslagen. De Verenigde Staten ontdekten vervolgens dat zij als het ware de sluitsteen vormden van de Europese koloniale overheersing in Zuidoost-Azië. Bij veel Amerikanen wekte dat weerzin, maar ook de voorstanders van het Philippijnse “avontuur” lieten herhaaldelijk uitkomen dat zij niet wilden worden gerekend tot de “koloniale club” van Engeland, Frankrijk en Nederland. In 1916 en 1934 zetten de Verenigde Staten, onder impuls van de Democratische Partij, de beslissende wetgevende stappen in de richting van Philippijnse onafhankelijkheid.
Nederlands-Indië heeft veertig jaar met dit buurland zich langzaam uitbreidende betrekkingen onderhouden. Zij worden in dit boek op drie niveaus onderzocht: dat van de Nederlandse regering in Den Haag, de Indische regering in Batavia en de Indonesische nationalistische beweging. Dat gebeurt in het ruimere verband van de internationale verhoudingen, die vooral door Engeland met de Comminwealth, de Verenigde Staten en Japan werden bepaald.
Deze studie behandelt als eerste de relatie tussen de Philippijnen en Nederlands-Indië en is het enige Nederlandstalige overzicht van het Amerikaanse bestuur van de Philippijnen. De auteur heeft hiertoe uitgebreid onderzoek verricht in Nederlandse, Amerikaanse en Engelse archieven.

- M.A. van Bakel, R. Borofsky, Making history; Pukapukan and anthropological constructions of knowledge. Cambridge: Cambridge University Press, 1987. 201 pp.; ill. - Andrew Beatty, J.A. Feldman et al., Nias, tribal treasures: Cosmic reflections in stone, wood and gold, Delft: Volkenkundig Museum Nusantara, 1990. - A.G. van Beek, Christian F. Feest, Technologie und ergologie in der Völkerkunde, Band 2, Berlin: Dietrich Reimer Verlag, Ethnologische Paperbacks, 1989. xiv, 290 pp., Alfred Janata (eds.) - N. Bootsma, Bernhard Dahm, José Rizal, Der nationalheld der Filipinos, Zürich: Munster-Schmidt Verlag Göttingen, 1988, 88 pp. - Aart G. Broek, John de Pool, Bolívar op / en Curaçoa: Historische novelle / leyende histórico [Inleiding door / introducción del L.W. Statius van Eps en / y E. Luckmann-Levy Maduro; vertaling uit het Spaans door L. Hoetink-Espinal], Zutphen: De Walburg Pers, 1988. - Martin van Bruinessen, Peter Kloos, Door het oog van de antropoloog: Botsende visies bij heronderzoek. Muiderberg: Dick Coutinho, 1988, 148 pp. - J.G. de Casparis, Charles Higham, The Archaeology of mainland Southeast Asia. From 10,000 B.C. to the fall of Angkor. Cambridge World Archaeology, Cambridge: Cambridge University Press, 1989. - H.J.M. Claessen, Luc de Heusch, Ecrits sur la royauté sacrée. Brussel, Institut de Sociologie: Editions de l’Université de Bruxelles. 1987. 314 pp. - H. Dagmar, Erich Kolig, The Noonkanbah Story, Dunedin: University of Otago Press, 1987. - Anke van Dijke, Linda Terpstra, Anil Ramdas, De strijd van de dansers; Biografische vertellingen uit Curaçao, Amsterdam: SUA, 1988. - B.F. Galjart, Hans-Dieter Evers, Strategische gruppen. Vergleichende studien zu staat, bürokratie und klassenbildung in der dritten welt. Berlin: Dietrich Reimer Verlag, 1988, 279 pp., Tilman Schiel (eds.) - J. Hoffenaar, G. Teitler, Anatomie van de Indische defensie: Scenario’s, plannen, beleid 1892-1920. [Anatomy of the defence of the Netherlands East Indies: Scenarios, plans, policy 1892-1920], Amsterdam: Van Soeren, 1988, 482 pp. - Rudy de Jongh, Sjoerd Rienk Jaarsma, Waarneming en interpretatie. Vergaring en gebruik van ethnografische informatie in Nederlands Nieuw-Guinea (1950-1962). Utrecht: Interdisiplinair Sociaal Wetenschappelijk Onderzoekinstituut Rijksuniversiteit, 1990. 247 pp. English summary. - Ward Keeler, J.Joseph Errington, Structure and style in Javanese: A semiotic view of linguistic etiquette, Philadelphia: University of Pennsylvania Press, 1988, 290 pp. - Ank Klomp, Raymond T. Smith, Kinship and class in the West Indies; A genealogical study of Jamaica and Guyana, Cambridge etc.: Cambridge Studies in Social Anthropology, Cambridge University Press, 1988. - G.J. Knaap, A.H.P. Clemens, Het belang van de Buitengewesten; Economische expansie en koloniale staatsvorming in de Buitengewesten van Nederlands-Indië 1870-1942, NEHA-series III, deel 7, Amsterdam: NEHA, viii + 306 pp. 1989., J.Th. Lindblad (eds.) - Jaap de Moor, E.S. van Eyck van Heslinga, Van compagnie naar koopvaardij; De scheepvaartverbinding van de Bataafse Republiek met de koloniën in Azië 1795-1806, Amsterdam: De Bataafsche Leeuw, 1988. [Hollandse Historische Reeks, no. IX.] 320 pp., kaart, ills., tabellen, bibliografie, index. - Otto van den Muijzenberg, Jean-Claude Lejosne, Le journal de voyage de G. van Wuysthoff et de ses assistants au Laos (1641-1642), Metz: Editions du Centre de Documentation du Cercle de Culture et de Recherches Laotiennes, 1987. 370 pp., 3 indices, bibliography, maps, illustrations. - Gert J. Oostindie, M.J. van den Blink, Olie op de golven; De betrekkingen tussen Nederland/Curaçao en Venezuela gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw, Amsterdam: De Bataafsche Leeuw, 1988, 128 pp. - Rien Ploeg, Robert M. Hill II, Continuities in highland Maya social organisation, Philadelphia: University of Pennsylvania Press, xxii + 176 pp., 1987., John Monaghan (eds.) - Harry A. Poeze, Takashi Shiraishi, An age in motion; Popular radicalism in Java, 1912-1926, Ithaca/London: Cornell University Press, 1990. xxiv + 365 pp. - Rob de Ridder, Willem F.H. Adelaar, Het boek van Huarochirí. Mythen en riten van het Oude Peru, Amsterdam: Meulenhoff, 1988, 150 pp., - Marie-Odette Scalliet, Peter Carey, A.A.J. Payen: Journal de mon voyage à Jogja Karta en 1825. The outbreak of the Java War (1825-30) as seen by a painter, Cahier d’Archipel 17, Paris 1988. XIV + 183 pp., 17 ill., 3 maps. - Matthew Schoffeleers, Marion Melk-Koch, Auf der Suche nach der menschlichen Gesellschaft: Richard Thurnwald, Berlin: Dietrich Reimer, 1989. 352 pp., maps, photographs and Thurnwald bibliography. - Matthew Schoffeleers, Peter Metcalf, Where are you / Spirits? Style and theme in Berawan prayer, Washington and London: Smithsonian Institution Press, 1989, 345 pp. - J.W. Schoorl, J.F.L.M. Cornelissen, Pater en Papoea; Ontmoeting van de Missionarissen van het Heileg Hart met de cultuur der Papoea’s van Nederlands Zuid-Nieuw-Guinea (1905-1963), Kampen: Kok, 1988, XIV + 256 pp. - Alex van Stipriaan, Jo Derkx, Suriname; A bibliography, 1980-1989, Leiden: KITLV (Royal Institute of Linguistics and Anthropology), Department of Caribbean studies, 1990, 297 pp., Irene Rolfes (eds.) - A.A. Trouwborst, Th. Schweizer (Hg), Netzwerkanalyse; Ethnologische perspektiven, Berlin: Dietrich Reimerverlag, 1989, VIII, 229 pp. - Hans Vermeulen, Brian Juan O’Neill, Social inequality in a Portugese hamlet; Land, late marriage and bastardy, 1870-1978, Cambridge: Cambridge University Press. 431 pp. 1987. - C.W. Watson, Hendrick M.J. Maier, In the center of authority. The Malay Hikayat Merong Mahawangsa, Ithaca: Southeast Asia program, Studies on Southeast Asia , 1988. 210 pp. - Neil Lancelot Whitehead, Edmundo Magaña, Orión y la mujer Pléyades. Simbolismo astronómico de los indios kaliña de Surinam, Dordrecht/Providence: Foris, 1988. [CEDLA Latin American studies series 44.] 373 pp. - J.J. de Wolf, Meyer Fortes, Religion, morality and the person: Essays on Tallensi religion, edited and with an introduction by Jack Goody. Cambridge: Cambridge University Press, 1987.