Search Results

Contextualists explain certain intuitions regarding knowledge ascriptions by means of the thesis that 'knowledge' behaves like an indexical. This explanation denies what Peter Unger has called invariantism, i.e., the idea that knowledge ascriptions have truth value independent of the context in which they are issued. This paper aims to provide an invariantist explanation of the contextualist's intuitions, the core of which is that 'knowledge' has many different senses.

In: Grazer Philosophische Studien

Throughout the history of Western philosophy there has been a remarkable consensus that the unique and distinctive feature of human nature lies in the human capacity to think — that is, to think rationally. Being rational is conceived of as being an essential property of human beings. The Amsterdam philosopher Otto Dirk Duintjer2 has made an impressive attempt to analyze this dominant intellectual tradition for the purpose of furnishing hints for an alternative conception of what goes into the essence of being human. This alternative is presented not as another, more promising route within, but as a way out of our Western intellectual cul-de-sac, as Duintjer sees it. In this essay I first want to give a brief exposition of Duintjer’s analysis of our philosophical tradition because, I think, it is worth our serious consideration. Secondly, I will review his alternative for the traditional conception of what it means to be a human being. And thirdly I will discuss the viability of his alternative by comparing it with Dooyeweerd’s transcendental philosophy.

In: Philosophia Reformata

In this paper I explore, in sections 2 and 3, respectively, Herman Dooyeweerd’s notion of naive experience and the notion of common sense as found in the writings of Thomas Reid and G. E. Moore. I argue in section 4 that naive experience and common sense are assigned a structurally similar functional role by their advocates—viz., the role of touchstone for philosophy. In the final section I stage a conversation between Dooyeweerd and Reid about the touchstones they adopt.

In: Philosophia Reformata

In this article I argue (i) that truth is the goal of science, (ii) that there is no clear demarcation between science and non-science (the demarcation is not to be found in method, nor in certain assumptions being made, nor in the nature of the results of scientific inquiry, nor in a supposed disinterestedness on the part of scientists), and (iii) that notwithstanding the absence of a clear demarcation, there are truths, that science obviously can touch, but also truths, even truths that we can know, that science obviously cannot touch.

In: Philosophia Reformata

De apostel Paulus spreekt in één van zijn brieven over ‘de verduistering van het verstand’ — een verduistering die het gevolg is van zonde. In het werk van een groot aantal filosofen uit de westerse filosofische traditie heeft dit woord van Paulus op een of andere wijze weerklank gevonden. Bij Augustinus, Anselmus, Thomas van Aquino, Jonathan Edwards, Kierkegaard, John Henry Newman en Franz von Baader bijvoorbeeld, en in ons land bij Abraham Kuyper en Herman Dooyeweerd, vindt men reflecties over de noëtische gevolgen van de zonde. Deze denkers hebben de noëtische doorwerking van de zonde onder meer aangewezen in de volgende verschijnselen: (a) dat mensen allerlei onware gedachten hebben (b) dat onze kenvermogens lang niet altijd naar behoren functioneren, zoals onder andere blijkt uit geheugenzwakte, misperceptie en foutief redeneren (c) dat mensen het vaak onderling oneens zijn. In dit artikel wil ik onderzoeken hoe deze thematiek is verwerkt door Herman Dooyeweerd, wiens streven het steeds is geweest een ‘christelijke wijsbegeerte’ te ontwerpen. Ik wil het echter niet alleen hebben over de noëtische gevolgen van de zonde, maar ook over de noëtische gevolgen van wat het christendom ‘de verlossing’ noemt.

In: Philosophia Reformata

Hoewel misschien minder dan vroeger, zijn velen van ons op zoek naar waarheid, of ‘de’ waarheid (ik gebruik de uitdrukkingen ‘waarheid’ en ‘de waarheid’ nu nog door elkaar maar zal ze straks onderscheiden). We beseffen dat het ‘hebben’ van waarheid een groot goed is. We beseffen ook dat waarheid, of ‘de’ waarheid, soms of vaak, moeilijk te achterhalen (en daarmee bedoel ik: te kennen) is: het is een soms of vaak ongrijpbaar goed. Wie echter geen volslagen scepticus is (en wie is dat?) kan in beginsel lijsten aanleggen van beweringen waarvan hij weet dat ze waar zijn, beweringen waarvan hij weet dat ze onwaar zijn, maar ook van beweringen waarvan hij niet weet of ze waar dan wel onwaar zijn.

In: Philosophia Reformata

In 1974 werd voor het eerst op een Nederlandse school het eindexamen filosofie afgenomen. 13 VWO leerlingen namen daaraan deel. Deze Gideonsbende is sindsdien gestaag gegroeid, de laatste jaren zelfs zo sterk, dat van een kleine bende geen sprake meer kan zijn. In 2007 werd op 158 VWO scholen het eindexamen filosofie afgenomen, waaraan 2861 leerlingen deelnamen. Bovendien is het sinds 2000 ook mogelijk om op de HAVO eindexamen filosofie te doen. In 2007 gebeurde dat op 57 scholen, waaraan 801 leerlingen deelnamen.1 Dit zijn voor een ieder die liefde voor filosofie heeft natuurlijk spectaculaire gebeurtenissen.

In: Philosophia Reformata